Monday, 12 November 2012

De uitlopers van de motie Neppérus

Motie Neppérus


De VVD wil onafhankelijk onderzoek naar de opwarming van de aarde, nu ons land al weken in de ban is van de vrieskou. “We moeten weten hoe het echt zit, zeker met dit weer”, aldus VVD-Kamerlid Neppérus.

Neppérus kent zoals wel meer leken het verschil tussen 'weer' en 'klimaat' niet. Ze deed deze verklaring een maand na het climategate (non?)-schandaal, terwijl ook de tikfouten in het IPCC AR4-rapport in de media kwamen. Reden genoeg voor Neppérus om in het parlement een motie te vragen, en ook nog eens te krijgen, die een politieke bemoeienis in de wetenschap betracht die niet onmiddellijk tot voorbeeld strekt.

De motie had drie eisen:
  • dat de aanbevelingen van de IAC voortvarend worden uitgevoerd. 
  • dat klimaatsceptici bij toekomstige rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zullen worden betrokken. 
  • te reageren op het verslag van een bijeenkomst georganiseerd door de Groene Rekenkamer over een brochure opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
De eerste opmerking betreft een procesmatige screening van het IAC over de werking van het IPCC, en bevat een aantal aanbevelingen om dit proces te verbeteren. Wat uiteraard lovenswaardig is. 

De twee andere punten zijn echter een heel stuk problematischer. IPCC vat de peer review literatuur samen, en als er relevante sceptische wetenschap is of zou zijn, wordt die in de rapporten uiteraard meegenomen. Peer review is nog altijd de plek waar wetenschap wordt bedreven. Stellinkjes geponeerd op het internet vallen uitdrukkelijk niet onder wetenschap. Het pseudoskeptische geneuzel op heel wat blogs wordt daarom uiteraard, en volkomen terecht, niet weerhouden bij het opmaken van ernstige wetenschappelijke rapporten. 

En daar zit net de knel: ofwel weten sceptici wetenschappelijk gefundeerde kritieken te produceren en worden ze reeds gehoord in het IPCC proces, ofwel publiceren ze niets, en is er geen wetenschappelijke grond om ze te horen. Immers, als ze hun internetstukjes hard zouden kunnen maken, zouden ze die ook tot in de peer review literatuur hard kunnen maken, quod non. 

Merk ook op dat bij bv. scepticus Richard Lindzen, een van de weinige sceptici die ooit peer review klimaatliteratuur produceerden, een duidelijke discrepantie aanwezig is in zijn stukken. Er is een duidelijk verschil tussen zijn wetenschappelijk werk en zijn opniestukken. Hij schrijft talloze opiniestukjes waarin hij de klimaatwetenschap aanvalt, maar als je naar de peer review literatuur van zijn hand kijkt krijg je een heel ander beeld, en zorgt zijn werk absoluut niet voor het onderuithalen van de klimaatwetenschap en is zijn werk behoorlijk mainstream te noemen. Hij weet met andere woorden zijn harde taal in zijn opiniestukken niet te vertalen naar wetenschappelijke gefundeerde stellingen. Het blijft bij zéggen dat de klimaatwetenschap faalt, zonder daar wetenschappelijke onderbouwing voor te kunnen geven. En Lindzen is allesbehalve de enige scepticus bij wie dat proces opduikt.

Het ontbreken van wetenschappelijk onderbouwd klimaatscepticisme leidde dan ook niet-verrassend tot volgend antwoord van Joop Atsma op Neppérus' motie:
Het belangrijkste argument dat wordt gebruikt om geen aandacht te besteden in IPCC-rapporten aan de wetenschappelijke argumenten die sceptici gebruiken, is dat er geen peer-reviewde literatuur over beschikbaar is.
Of met andere woorden: dat er geen wetenschappelijk gefundeerde kritiek is die de grondslagen van de klimaatwetenschap onderuit haalt. Veel woorden hoeven er daarom verder niet aan vuil gemaakt te worden zou je daarom denken.

Merkwaardig is daarom het vervolg van Atsma's antwoord:
KNMI, ECN en PBL werken daarom samen aan een artikel dat de belangrijkste argumenten beschrijft en analyseert, en dat komende zomer zal verschijnen in een wetenschappelijk tijdschrift. 
Kortom, Atsma geeft de vermelde instellingen de opdracht niet-wetenschappelijke stellingen samen te vatten en op de keper beschouwd bestaat de opdracht er dan ook uit aan te halen waarom ze niet meer wetenschappelijke aandacht krijgen. Een redelijk nutteloze opgave me dunkt. Immers, zoals hierboven aangehaald: als die sceptische stellingen hard te maken zouden zijn, zouden ze wel in de peer review literatuur verschijnen. Het niet-verschijnen in peer review literatuur houdt immers impliciet in dat de stellingen de wetenschappelijke toetsing niet doorstaan.

Atsma vervolgt:
Een Nederlandse scepticus is gevraagd substantieel tijd te besteden aan het leveren van commentaar op het komende IPCC-rapport over het klimaatsysteem (Werkgroep 1). Ik heb hem gevraagd te luisteren naar suggesties van andere sceptici.
Weerom een bijzonder opmerkelijke stelling. Zou een politicus ooit een astroloog aanstellen als evenwaardig partner in de sterrenkunde? Erg onwaarschijnlijk. Zou een politicus het ooit in zijn hoofd halen een creationist overheidsgeld toe te stoppen om de evolutietheorie te beoordelen? Dacht het niet. 

Zou een politicus ooit een journalist zonder wetenschappelijke publicaties aanstellen om de klimaatwetenschap te beoordelen. Ja dus.

Die scepticus is Marcel Crok, een journalist die aan de klimaatoppervlakte verscheen toen hij in Natuurwetenschap & Techniek een artikel schreef over de hockeystick dat uit niet meer bestond dan het vertalen van het werk van McIntyre en McKitrick, zonder daarbij enige kritische noot te plaatsen. Crok verwarde toen reeds "tégen zijn" met "sceptisch zijn". 

Enige jaren later was hij mede-oprichter van het vuilbekblog Climategate.nl, waar wetenschap verworpen wordt met rechts-libertarische kretologie die niet verder reikt dan de hele wetenschappelijke wereld communistisch te noemen. Iedere wetenschapper die zo naïef is te denken dat een beschaafd gesprek op die plek mogelijk is en een comment durft te posten op dat blog wordt enkel maar op een hoop gescheld onthaald. Het pleit allerminst voor Crok dat hij er niet in slaagt om dat soort niet-wetenschappelijk geblèr te onderscheiden van reëel sceptisch denken. En doet in ieder geval vragen rijzen over zijn wetenschappelijk beoordelingsvermogen.


Het derde punt uit de motie Neppérus is zo mogelijk nog problematischer. Om niet te zeggen onaanvaardbaar. Het betreft het ernstig nemen van het werk van de Groene Rekenkamer, een organisatie die zowat ieder milieu gerelateerd wetenschappelijk onderwerp verwerpt of minimaliseert omwille van politieke motieven. De Website van de Groene Rekenkamer maakt op dat vlak al enorm veel duidelijk:

De Groene Rekenkamer pseudowetenschap pseudoskepticisme

Als De Groene Rekenkamer werkelijk een gezonde milieukritische organisatie zou zijn, zou dergelijke passage natuurlijk nooit of te nimmer op de website geplaatst worden. De Groene Rekenkamer politiseert de wetenschap, en verwerpt ze enkel en alleen omwille van politieke motieven. 

De Groene Rekenkamer komt voor ieder milieugerelateerd onderwerp waar ze ook maar enigszins aan kon denken tot dezelfde conclusie: er is niets aan de hand en de overheid heeft geen reden om op te treden. Dat laatste is uiteraard de kern van het libertarisme, en de werkelijke reden voor het aanvallenvan de wetenschap. Bij de botsing van de ideologie met de realiteit, wordt de realiteit door De Groene Rekenkamer zonder aarzelen onder de bus gegooid.

Het niveau van de stukken op De Groene Rekenkamer is, ik druk me zacht uit, om te huilen. Ik heb op dit blog al eerder enkele ontstellend belabberberde stukken van die site behandeld (o.a. hier). 

Opgemerkt kan worden dat Theo Richel zonder het zelf te beseffen in wezen zelf stelde dat de organisatie geen enkele wetenschappelijke relevantie heeft. Ja, nogmaals, dat is het niveau van die organisatie. 

Dat een dergelijke organisatie door zoveel VVD-politici au sérieux wordt genomen is dan ook schrijnend. 

Dat De Groene Rekenkamer ook de klimaatbrochure van de KNAW zou verwerpen is allerminst een verrassing, maar is net zoals de hele organisatie compleet irelevant. Ja ik ben me er van bewust dat voorgaande zin bij een buitenstaander tot gefrons zal leiden. 

Gelukkig is het antwoord van Atsma bevredigend omdat hij hier wél stelt dat wetenschappelijke onafhankelijkheid niet beknot mag worden door politiek of een organisatie van pseudosceptici:
De  KNAW is volledig autonoom en gaat zelf over z’n eigen publicaties. Dat is goed en moet ook beslist zo blijven. 


Climate Dialogue
Atsma antwoordde in opvolging van de Motie Neppérus ook nog het volgende:
Ik heb het KNMI en PBL verzocht een inhoudelijke en zakelijke discussie op het internet te organiseren. Hierbij wordt telkens een door sceptici gebruikt argument uitgelicht door enkele uitgenodigde deskundigen aan weerszijde van het spectrum. Anderen zullen hierop alleen kunnen reageren via een moderator om de discussie overzichtelijk te houden en er zeker van te zijn dat deze ook professioneel blijft. Uiteindelijk zal een samenvatting worden gemaakt van alle discussies, met nadruk op waarover men het eens is, waarover niet, en wat de achterliggende oorzaak daarvan is. De uitkomsten van deze vijf activiteiten zal Nederland gebruiken wanneer ook de lidstaten van IPCC in oktober en november van dit jaar het tweede concept van het rapport kunnen becommentariëren.
Naar aanleiding van dit antwoord wordt door PBL en KNMI dinsdag aanstaande de website Climate Dialogue gelanceerd.

Positief is dat de discussie enkel en alleen gevoerd wordt door mensen die peer review hebben gepubliceerd. 

Maar voor de rest vind ik het een bijzonder merkwaardig initiatief: het blogscepticisme zal niet aan bod komen omdat het nergens op stoelt, en de wetenschappelijke discussie wordt reeds in de literatuur gevoerd, waardoor de site op dit vlak weinig zal bijdragen.

Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat de Nederlandse overheid met dit initiatief wil bereiken. Het lijkt erop dat een hoop overheidsgeld wordt gespendeerd om de Neppérussen van deze wereld tevreden te houden, zonder dat die investering ook maar tot enige wetenschappelijke vooruitgang, of tot enig nieuw maatschappelijk inzicht zal leiden. De leek zal niet begrijpen wat er bediscussieerd wordt. Hooguit kan je verwachten dat klimaatsceptici de discussies over de minor-discussion points zullen uitvergroten in een poging daarmee de wetenschappelijke zekerheden waarover géén discussie bestaat mee te versmachten. Wat ze nu ook al doen, dus op dit vlak ook niets nieuws. Nogmaals: ik vind het een bijzonder merkwaardig initiatief.


Climate Dialogue in De Volkskrant
Maarten Keulemans schreef dit weekend een artikel (achter paywall) in de Volkskrant waarin de start van Climate Dialogue wordt aangekondigd. Het moet gezegd, het is een merkwaardig stukje. 

Laten we even voorbijgaan aan de eigenaardigheid dat hij -om een project aan te kondigen dat een dialoog tussen wetenschappers en sceptici moet betekenen- hij enkel een klimaatscepticus (Marcel Crok) aan het woord laat, en daarbij ook nog eens foutief stelt dat de site mede een initiatief is van Crok (zoals hoger vermeld is het een initiatief van PBL en het KNMI). 

Laten we ook maar even voorbij gaan aan het feit dat hij wél schrijft dat Marcel Crok's boek stelt dat er nog veel onzeker is over de oorzaak, omvang en de gevolgen van de klimaatverandering, maar daar niet bij aanvult dat Crok's boek één lange eenzijdige benadering is die bulkt van de cherrypicks, halve waarheden en regelrechte fouten (ja Marcel, ik heb je boek ondertussen gelezen), en zonder hierbij één woord te zeggen over de nochtans 40 pagina lange reeks kritische opmerkingen die het PBL dan ook had op het boek: Achtergrondinformatie bij De Staat van het Klimaat 2010
Hierdoor geeft Keulemans (hopelijk ongewild) Crok meer gewicht dan hij wetenschappelijk verdient. Het is heus geen toeval dat Crok niet één wetenschappelijk artikel heeft geschreven. Maar bon.

Het echte probleem in het artikel zit m.i. de opsommingen onder het kopje 'splijtzwammen',  waar hij een opsomming geeft van stellingen waar "sceptici" en "opwarmers" lijnrecht tegenover elkaar staan. Keulemans doet geen enkele poging om hierbij de correcte wetenschappelijke stand van zaken weer te geven, maar beperkt zich in zijn stuk enkel op een bijzonder merkwaardige vorm van "woord" en "wederwoord", wat uiteraard een belangrijk journalistiek basisprincipe is. Maar wel tevens een punt waar tegenwoordig al te veel journalisten halt houden, onder het mom 'we hebben toch lekker een debat gehad' (nee, ik verwijs hierbij niet expliciet naar Keulemans). 

Woord en wederwoord mag dan wel een belangrijk journalistiek principe zijn, de échte taak van een journalist is natuurlijk om de lezer juiste informatie voor te schotelen, en daar schort het in dit stuk aan. Ophouden met te stellen dat Suske 'wiet' roept, en Wiske 'woe' roept mag geen eindpunt zijn. Een journalist heeft m.i. vervolgens de taak uit te vogelen wie het bij het rechte eind heeft. De lezer heeft m.i. het recht volledig en juist geïnformeerd te worden. 

Maarten Keulemans IPCC skeptici oversimplificatie

Keulemans geeft er in zijn stukje, en op Twitter, nochtans blijk van zich ervan bewust te zijn dat het klimaatdebat meer stellingen zijn dan de in het kaderstuk voorkomende simplistische opdeling in voor- en tegenstanders. En dat hij zich ervan bewust is dat de waarheid noch zwart noch wit is, maar dat wetenschappelijke realiteit zich op een ander vlak bevindt dan beide extremen. Het is een gemiste kans dat hij dat niet duidelijker in zijn stukje weergaf, want nu wekt hij de indruk dat er een discussie is op punten waar de wetenschap zelf robuust is, en waar de discussie zich ergens achter de komma bevindt.

Als ik eindredacteur van de Volkskrant was, had ik Keulemans zijn stukje terug naar afzender gestuurd met de opdracht het huiswerk volledig te maken, en zin van onzin te onderscheiden, zodat de lezer volledig geïnformeerd wordt en weet wat de wetenschap over de aangehaalde tegenstellingen zegt. Aangezien dat niet gebeurde, blijft een stukje over waarin de lezer op het verkeerde been wordt gezet en de wetenschap de verliezer is. 

En dat vind ik jammer.